Analyse#3 · 8 november 2026 · 11:22 uur
Europese politiek
Immigratie in Europa: wie betaalt, wie profiteert?

Deze analyse beperkt zich tot arbeid, studie, gezin en asiel. We bekijken wie betaalt, wie profiteert en wat de rechtvaardiging is, met Nederlandse cijfers over de instroom in 2021–2023. De bedragen zijn modelramingen, geen jaarlijkse rekening.
Door Redactie NieuwsAnalyse
Wie betaalt, wie profiteert?
Werkende migranten betalen belastingen en premies; werkgevers kunnen vacatures vervullen. Migranten winnen inkomen, opleiding of veiligheid. Daartegenover staan publieke uitgaven aan opvang, onderwijs, zorg en voorzieningen. Bij woningtekorten voelen gemeenten en bewoners extra druk. Private baten en publieke lasten komen dus niet vanzelf bij dezelfde mensen terecht.
De OECD vergelijkt jaarlijkse inkomsten en uitgaven voor de aanwezige migrantenbevolking in 25 landen over 2006–2018. Dat onderzoek geeft geen Nederlandse levenslooprekening per migratiemotief. De uitkomst hangt bovendien af van de toerekening van collectieve uitgaven. Voor de onderstaande uitsplitsing gebruiken we daarom een Nederlands model, niet OECD-bedragen.
A. Kosten/baten per immigranttype
Grenzeloze Verzorgingsstaat (2023, tabel 4.2) raamt de netto bijdrage aan de schatkist vanaf aankomst tot vertrek of overlijden voor de eerste generatie. De bedragen staan in prijzen van 2016; toekomstige saldi zijn contant gemaakt met 2,5% reële rekenrente. Plus betekent baten, min toegerekende nettokosten.
| Immigranttype | Kosten/baten per persoon |
|---|---|
| Arbeid | +€ 153.000 |
| Studie | −€ 34.000 |
| Gezin | −€ 182.000 |
| Asiel incl. nareis | −€ 392.000 |
B. Aantallen per immigranttype
CBS telt in 2021–2023 samen 623.020 instroomregistraties voor deze vier typen. De cijfers zijn voorlopig en afgerond op vijftallen. CBS gebruikt deels afgeleide activiteiten en deels verblijfsdoelen; de indeling is daardoor een benadering. Asiel omvat ook nareis.
| Immigranttype | 2021 | 2022 | 2023 | Totaal 2021–2023 |
|---|---|---|---|---|
| Arbeid | 58.565 | 76.695 | 70.055 | 205.315 |
| Studie | 44.820 | 44.720 | 45.495 | 135.035 |
| Gezin | 57.275 | 70.615 | 71.690 | 199.580 |
| Asiel incl. nareis | 21.715 | 27.765 | 33.610 | 83.090 |
| Totaal vier typen | 182.375 | 219.795 | 220.850 | 623.020 |
C. Effect voor Nederland in miljarden euro’s
Aantal uit tabel B × saldo per persoon uit tabel A geeft onderstaande illustratieve levensloopraming. Het totaal voor de vier typen is −€ 42,07 miljard. De jaarkolommen horen bij het jaar van aankomst: het zijn geen overheidsuitgaven in die jaren. Totalen zijn vóór afronding berekend.
| Immigranttype | 2021 | 2022 | 2023 | Totaal 2021–2023 |
|---|---|---|---|---|
| Arbeid | +8,96 | +11,73 | +10,72 | +31,41 |
| Studie | −1,52 | −1,52 | −1,55 | −4,59 |
| Gezin | −10,42 | −12,85 | −13,05 | −36,32 |
| Asiel incl. nareis | −8,51 | −10,88 | −13,18 | −32,57 |
| Totaal vier typen | −11,50 | −13,52 | −17,05 | −42,07 |
Hoe zeker is deze rekening?
Dit is een model van de rapportauteurs, geen officiële CBS- of CPB-prognose. De oorspronkelijke studie werd gemaakt in opdracht van het aan Forum voor Democratie verbonden Renaissance Instituut. De uitkomst hangt af van aannames over werk, loon, vertrek en publieke uitgaven. Historische groepsgemiddelden passen niet automatisch bij nieuwe instroom; herhaalde immigratie kan bovendien dubbel tellen. Alleen de eerste generatie is doorgerekend.
Een andere afbakening kan een andere uitkomst geven: het CPB vond in 2019 juist positieve begrotingssaldi voor internationale diplomastudenten. Dat onderzoek is niet rechtstreeks vergelijkbaar met de brede categorie studie hierboven. De tabellen meten evenmin alle maatschappelijke baten, bedrijfswinsten of humanitaire waarde; ze zijn geen oordeel over individuele mensen.
Wat rechtvaardigt het beleid?
Arbeidsmigratie wordt verdedigd met personeelstekorten, studiemigratie met onderwijs en kennis, gezinsmigratie met gezinsleven en asiel met bescherming tegen vervolging of ernstige schade. Een beschermingsplicht hoeft niet winstgevend te zijn. Een economisch voordeel ontslaat werkgevers en overheid niet van hun verantwoordelijkheid voor huisvesting en arbeidsvoorwaarden.
De beleidsvraag is daarom niet alleen hoeveel immigratie oplevert, maar ook wie de lasten draagt. Maak per type het doel en de gevolgen zichtbaar, en voorkom dat private voordelen op publieke voorzieningen worden afgewenteld.
Bronnen
OECD, International Migration Outlook 2021, fiscale effecten: https://www.oecd.org/en/publications/international-migration-outlook-2021_29f23e9d-en/full-report/component-8.html
Van de Beek e.a., Grenzeloze Verzorgingsstaat (2023), tabel 4.2: https://demo-demo.nl/wp-content/uploads/2023/06/Grenzeloze_Verzorgingsstaat-2.pdf
CBS StatLine, instroom naar migratiemotief (bronversie 30 juni 2026): https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/84808NED en https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/84809NED
CPB, Economische effecten van internationalisering in het hoger onderwijs en mbo (2019): https://www.cpb.nl/system/files/cpbmedia/omnidownload/cpb-notitie-de-economische-effecten-van-internationalisering-in-het-hoger-onderwijs-en-mbo_0.pdf
Kamervragen over de oorspronkelijke studie: https://www.openkamer.org/kamervraag/2021Z13767/
Raad van de EU, asiel- en migratiebeheer: https://www.consilium.europa.eu/en/policies/asylum-migration-management/